Er was eens een mooie koningin. Deze koningin was geliefd bij haar volk en alle mensen die voor haar werkten. De koningin had een rijk leven, haar ontbrak het aan niets. Deze koningin was niet alleen mooi, maar ze wilde ook graag werken aan haar eigen groei. Vanuit de hele wereld kwamen de meeste bijzondere spirituele leraren haar onderwijzen. De koningin bezat heel veel wijze kennis en voelde zich ook innerlijk rijk.

Tot op een dag een leger vanuit een buurland het koninkrijk van de mooie koningin binnenviel. De mooie koningin vluchtte uit haar paleis zoals haar raadgevers haar hadden geadviseerd. De koningin had zich kalm in onopvallende kleding gehuld en verbleef op het drukke marktplein. Door al haar training was ze rustig en vastberaden. Ze had haar kracht getoond in vele crisissituaties en ze wist zeker dat ze sterk kon zijn. Allerlei wijze spreuken affirmeerde ze in haar hoofd. Dit was tijdelijk, snel zou alles weer als vanouds zijn.

Na enkele dagen rond te hebben rond gezworven zwerven op het marktplein voelde ze een vermoeidheid door haar lichaam kruipen. Honger overmande haar. Na nog enkele uren later was het lastig om de wijze spreuken te herinneren die haar op de op de been hielden. Ze was zo moe en ze voelde zich helemaal niet sterk of wijs. Tranen liepen over haar wangen terwijl ze zich langs de muur van het marktplein liet zakken.

Toen de avond viel voelde de mooie koningin zich verloren. Nog nooit eerder had ze zich zo alleen en verlaten gevoeld. In haar rol als de koningin was iedereen haar ten dienste, maar hier als onzichtbare zwerver zag niemand haar staan. Ze dacht aan alle wijze leraren die van verre kwamen om haar hun levenslessen te leren. Op dit moment voelde ze zich leeg. De wijze lessen leken als in een ander leven, een film.

Het was voor het eerst in haar leven dat ze geen anderen mensen om zich heen had die voor haar zorgden. Er waren geen adviezen of wijze raadgevingen. Ze voelde zich niet als een koningin, maar als onzichtbaar. Geen van de mensen op het marktplein leek haar op te merken of ook maar de moeite te doen om contact met haar te maken. Een zwaar gevoel van verdriet bekroop de mooie koningin. In elkaar gedoken hurkte ze langs de rand van het marktplein en huilde zonder te kunnen stoppen.

Twee kleine handjes trokken zacht aan haar haar. Ze keek op en een klein meisje gekleed in vodden en een wild kapsel keek haar stralend aan: ' Hallo Koningin' zei het kind. De tranen bleven maar stromen over de wangen van de koningin. En zo snel als het kind was gekomen, was ze ook weer weg. De koningin werd stil. Zij was de Koningin. Haar omstandigheden waren veranderd, maar ondanks dat was zij nog steeds de koningin. En voor het eerst in haar leven voelde zij een rust en kalmte vanbinnen, vergezeld met een vuur van binnen haar vertelde dat zij er alles aan ging doen om te zorgen dat haar volk veilig zou zijn.

Enkele maanden later verliet de mooie Koningin opnieuw haar paleis. Zij had besloten om te gaan reizen om haar eigen avonturen te beleven. Zodat zij ook aan anderen haar verhalen kon vertellen. Doorleefde verhalen waarvan ook haar ogen gingen stralen. Verhalen waarin ook zij haarzelf overwon in uitdagingen, en waarbij ze meer bij dat vuur van binnen kon komen. Ze besefte dat wijze verhalen van anderen inspirerend en waardevol zijn, maar haar eigen ervaring is goud waard.